De strobloem is een kruidachtige plant uit de composietenfamilie. Ze is overblijvend en draagt grijs-groene bladeren aan lange stelen. De typische composietenbloemhoofdjes zijn omringd door goudgele bloemblaadjes. De vrucht is een nootje. Bloeitijd: juni–september.
De plant komt voor op droge, zonnige hellingen die met gras zijn bedekt en is zeer zeldzaam. Van de bloeiende plant verzamelt men de bloeiwijze met een kort deel van de steel. Het materiaal wordt in bundels gedroogd bij ongeveer 35°C; de gele kleur mag tijdens het drogen niet veranderen. Bij opslag mogen de gedroogde planten niet worden stukgedrukt.
De strobloem bevat onder andere flavonderivaten zoals chalkon-glycoside, isosalipurposide, naringenine, kaempferol en apigenine.
De flavonoïden vergroten de galafscheiding, verhogen de toon van de galblaas, veranderen de chemische samenstelling van de gal en verhogen het percentage bilirubine. Daarnaast kan strobloem de afscheiding van maag- en pancreassappen verhogen, de maaglediging beïnvloeden en de darmmotiliteit verminderen.
Traditioneel wordt strobloem gebruikt bij galaandoeningen, lever- en galblaasklachten (o.a. cholecystitis, cholangitis, hepatitis), bij bepaalde urinewegklachten en om de stofwisseling te stimuleren. Extracten werken versterkend en kunnen de bloeddruk licht verhogen. De plant wordt doorgaans als niet-giftig beschreven en wordt vaak ook bij langduriger gebruik goed verdragen.
Bereiding
- Infusie (dagdosis): Schenk 0,5 liter koud water over 1 eetlepel bloemen, laat 8 uur trekken, zeef en voeg naar wens 1–2 eetlepels honing toe.
- Afkooksel: 10 g bloemen per 250 ml water; drink ½ kopje 2–3 keer per dag.
- Uitwendig: Bij vaginale ontstekingen werd traditioneel een verdunde infusie gebruikt als (vaginale) spoeling.
Voorzichtigheid
Bij aanhoudende klachten, koorts, hevige buikpijn of problemen met urineren: laat dit medisch beoordelen.